Ja maar; wáár vroeg ze om?


 

Bijna had ik het tegen haar gezegd. Maar in gedachten hoorde ik haar al op geërgerde toon zeggen: “Ja maar, daar vroeg ze toch om?!”

Hoe was het ook al weer begonnen? Ik stond te wachten op mijn beurt bij de vleeswarenafdeling toen ik achter me een enthousiaste kreet hoorde. “Hee, hallo Fem! Wat leuk jou hier te zien!” En tegen een kind – haar dochtertje waarschijnlijk – in de wagen: “Kijk eens, dat is Femke. Weet je nog wie dat is? Dat is de mama van Sam.” Op de vraag of het goed met haar ging, had Fem, of Femke, kort geantwoord dat alles oké was. Een vluchtige blik op een horloge, de opmerking dat ze weinig tijd had en groetjes maar weer. En daar leek het gesprek te stoppen. Maar zo simpel was het niet.

“O Fem, wacht even, nu ik je toch zie, kun je me helpen?”
Beet: een nieuwsgierige blik bij Femke.
“Ja, jij bent toch zo handig met koken? Nou komt morgen mijn schoonmoeder eten, en ik weet gewoon níet wat ik moet maken.”
Nieuwsgierige blik wordt gretige blik; de tijd niet langer belangrijk.
Femke: “O, dat is toch niet zo moeilijk? Maak gewoon wat je anders ook zou maken, en dan voor eentje meer!”
“Hmm, ja maar dat vind ik niks. Dat is wel erg gewoontjes: aardappelen, groente, vlees.”
Femke: Nou, daar kun je best leuke dingen me doen. Aardappelgratin, lekker biefstukje erbij..”
“Ja, misschien wel .., maar Fem, ik ben niet zo goed in vlees. En zeker biefstuk, dat komt erg nauw.”
Femke: “Lekkere sucadelap dan? Dat is gewoon opzetten en gaat altijd goed.”
“Jawel maar daar heb ik de tijd niet voor joh… Misschien moet ik iets doen met een voorgerechtje.”
Femke: “Ja, wat wil je nou? Mag niet lang duren, en wat snel klaar is, vind je te moeilijk. Maar goed als je een makkelijk en snel voorgerechtje wil, neem je toch van die soep uit zak. Die zijn goed hoor.”
“O ja? Ja, maar mijn schoonmoeder is geen soepeter. Dus dat lijkt met niet zo’n goed plan.”

En zo ging het door. Femke steeds ongeduriger. Toen ik mijn vleeswaren had en me een weg moest zien te banen tussen de karretjes door, had ik bíjna tegen Femke gezegd: “Zeg Fem, doe geen moeite joh. Ze wil niet geholpen worden, ze wil alleen maar aandacht.” Maar in gedachten hoorde ik haar al op geërgerde toon zeggen: “Ja maar, daar vroeg ze toch om?!” Tja, wáár vroeg ze precies om? In het voorbijgaan keek ik de beide dames even aan en zei met een glimlach: “Heerlijk hè, schoonmoeders?”

 

© Birkana Stressmanagement
13-04-2008
Home