Bijna had ik het tegen haar gezegd. Maar in gedachten hoorde ik haar al op geërgerde toon zeggen: “Ja maar, daar vroeg ze toch om?!” Hoe was het ook al weer begonnen? Ik stond te wachten op mijn beurt bij de vleeswarenafdeling toen ik achter me een enthousiaste kreet hoorde. “Hee, hallo Fem! Wat leuk jou hier te zien!” En tegen een kind – haar dochtertje waarschijnlijk – in de wagen: “Kijk eens, dat is Femke. Weet je nog wie dat is? Dat is de mama van Sam.” Op de vraag of het goed met haar ging, had Fem, of Femke, kort geantwoord dat alles oké was. Een vluchtige blik op een horloge, de opmerking dat ze weinig tijd had en groetjes maar weer. En daar leek het gesprek te stoppen. Maar zo simpel was het niet. “O Fem, wacht even, nu ik je toch zie, kun je me helpen?” En zo ging het door. Femke steeds ongeduriger. Toen ik mijn vleeswaren had en me een weg moest zien te banen tussen de karretjes door, had ik bíjna tegen Femke gezegd: “Zeg Fem, doe geen moeite joh. Ze wil niet geholpen worden, ze wil alleen maar aandacht.” Maar in gedachten hoorde ik haar al op geërgerde toon zeggen: “Ja maar, daar vroeg ze toch om?!” Tja, wáár vroeg ze precies om? In het voorbijgaan keek ik de beide dames even aan en zei met een glimlach: “Heerlijk hè, schoonmoeders?”
© Birkana Stressmanagement |
|